Het is maandagochtend, het is koud buiten maar het zonnetje schijnt wel lekker. Manlief is aan het werk buitenshuis en ik moet het even weer vinden.
Vanmorgen noemde Hans dat voor hem de nacht van zondag op maandag altijd wat onrustiger is, waarschijnlijk door het idee dat er weer van alles moet, het werken gewoon weer begint na het weekend. Ik herken dat wel, had het ook toen ik nog werkte, de nacht na vrije dagen vaak toch wat minder slapen. En weet je, ik heb dat nog wel een beetje, maar nu als Hans weer moet werken. Of als ik weet dat hij een drukke dag heeft. Soort meevibreren. 😉
Maar ook toch nog een beetje het gevoel dat ik zelf iets moet. Van mezelf, wel te verstaan. Zeker na een weekend waarin mijn lijf vooral wilde rusten.
Soort verwachting, misschien toch ook ergens nog wat schuldig voelen, of verplicht voelen dan nu toch wel ook wat te doen. Niet omdat iemand dat zegt, maar omdat ik vind, diep ver weg toch ergens, dat dat nou eenmaal zo hoort, dat ergens zo heb geleerd. Niets doen is geen optie. Nu zeker niet, want het zonnetje schijnt en dus moet je naar buiten, bewegen en daarvan genieten, want je hoeft ook al niet te werken. Hoe luxe is dat…
En ik weet dat dat niet zo is, herken het nu ook bij mezelf en kan het laten, weet dat het ook zo weer weg is en onzin is, maar toch komt het na het weekend vaak wel even in me op.
Niet meer werken blijft gek. Een ander leeftempo hebben en een vrij lege agenda, dat schreef ik eerder al. Mijn vader noemde dat al eens een tijdje na zijn pensionering en ik moet daar nog wel eens aan denken. Ik denk dat ik dat toch ook de grootste uitdaging vind. Accepteren dat produktief zijn niet gelijk staat aan goed zijn. Of andersom. 😉 Keuzes maken. Keuzes die je aanvankelijk niet wilde maken maar nu toch wel moet. Vertragen, en daardoor goed voelen. Want zo werkt het wel, vertragen geeft rust, en dat geeft meer inzicht in wat goed voor me is en wat minder goed.
En ik weet dat als ik nu mee ga in dat gevoel van ‘maandag weer aan de slag’ en toch (teveel) dingen ga doen, dat ik dan vanavond denk, jeetje, tuttebel, waarom nou?? Dus dat doe ik niet, en dat vind ik dan ook wel weer goed van mezelf. Maar het blijft ook stom en soms verdrietig dat het zo moet.
Dat ik de dingen die ik vroeger leuk vond en deed niet meer kan.
Dat ik zo anders tegen tijd aan kijk dan eerder, maar dat tijd een ding blijft. Waar ik vroeger wel eens dacht ‘hoe red ik het allemaal vandaag?’ vraag ik me nu ’s ochtends wel eens af of het al weer avond is… Gelukkig zijn er overdag genoeg dingen die de dag dan toch vaak weer te kort maken om alle dingen te doen die ik bedacht had. Want ik bedenk toch nog vaak teveel, en kom er dan achter dat vertragen toch wel een ding is wat je ook moet leren én moet blijven toepassen. En als dat lukt voelt het goed, dat is een feit. Dan ben ik best trots dat het me gelukt is die dag. Dat ik gedaan of niet gedaan heb wat ik wilde en dat ik eind van de dag ook nog een beetje mens ben. En dat is een lekker gevoel, en daar word ik dan ook wel weer blij van.
Zo dus. Best hard werken, eigenlijk. En dat voor de maandag… 😉
Fijne dag! 🙂
Plaats een reactie