Gedachtenspinsels in de achtertuin

Het zonnetje schijnt, ik zat even buiten en nu met de schuifpui wat open in mijn relaxstoel te bedenken hoe lekker dat is. De afgelopen dagen waren even minder voor lijf en leden, dus nu weer even genieten. Die luxe ervaar ik nog steeds zo, zomaar naar buiten kunnen en zitten, want ik heb toch geen werkverplichting.

Dat werken schiet de laatste weken vaak door mijn hoofd. Misschien omdat het vorige maand vijf jaar geleden was dat ik moest stoppen?

Moest, vanwege mijn spierziekte en alles wat daarbij kwam kijken. Ik had om die reden sinds 2015 al ander werk, als stamcel coördinator. Dat was een kantoorbaan, maar ook dat ging niet meer, hoe hard ik ook wilde. En toen ik uiteindelijk huilend bij de bedrijfsarts zat en zei dat ik heus nog wel wilde maar echt niet meer wist hoe kwam het naar mijn gevoel in een stroomversnelling. Misschien ook al een teken, dat het beter was zo?

Want dat was het. Is het, nog steeds. Het gaf lucht, en ruimte, zeker in het begin.
En zeker de eerste tijd was dat heel fijn, omdat vlak na dat alles een tumor ontdekt werd en de behandeling daarvan kwam. Alle energie daar naar toe, het herstel en weer proberen op te krabbelen.
Na de chemo kwam corona, en toen bleef iedereen thuis. Ik weet nog dat we aan tafel zaten ’s avonds toen dat in een extra nieuwsuitzending op tv kwam, dat dat moest. En ik vond het wel prima, moet ik bekennen. Was ik tenminste niet de enige meer die thuis hoefde te blijven. En dat gaf toch wat troost, eerlijk is eerlijk.
Dat veranderde langzaam toen de regels weer versoepelden. We mochten weer meer naar buiten, dingen doen, werken, uitgaan etc maar ja, dat kon ik echt niet meer. Die blijdschap deelde ik dus niet, dat stak zelfs af en toe en vanaf die tijd begon het echte wennen.


Want werken maakt deel uit van je identiteit, en vormt je zelfbeeld. Je wordt aangesproken op je kwaliteiten, en dat is fijn. Daarbij is het een belangrijke dag en weekinvulling. Je hoort ook vaak mensen die met pensioen gaan daar in het begin over. Alleen, dan is het natuurlijker, op een of andere manier. Ik was nog niet zo oud. Ben dat nog niet, trouwens. 😉
Vanaf mijn achttiende was ik altijd aan het werk geweest, alleen twee keer langer eruit geweest met mijn beide zwangerschapsverloven. En hoe blij ik ook was met mijn jongens, ik was ook blij dat ik op gegeven moment weer aan het werk mocht. Even eruit, op een andere manier worden aangesproken en iets betekenen. Iets anders te vertellen hebben ’s avonds aan mijn lief dan hoe druk het bij de supermarkt was en wat de jongens in hun luier hadden… Een andere rol.


Een baan geeft zin en betekenis aan heel veel, dat viel weg en dat was wennen. Het heeft wel even geduurd voordat dat indaalde en een plekje vond, en nog steeds steekt het af en toe. Het werk op zich mis ik niet eens zo heel erg meer. Ik zou niet meer weten hoe ik dat nu moet doen ook.

Wat ik wel mis is het nadenken over dingen. Het aangesproken worden op je kennis en gewaardeerd worden om je kwaliteiten. Daardoor je van betekenis voelen, omdat je iets kunt bijdragen. Dat is weg.
Ik mis de collega’s. Ik heb altijd gewerkt in een team en ben nu veel alleen. Omdat zo uitkomt, maar ook omdat dat beter voelt, vanwege overprikkeling, maar nog steeds mis ik dat af en toe. Van gedachten wisselen over werkgerelateerde dingen, maar ook gewoon gezellig even bijkletsen in de loop van het koffieapparaat. Dat mis ik ook.
Net als het niet meer thuiskomen met verhalen van en over je werk, en het uitwisselen daarvan. Als we ’s avonds zitten te eten en Hans vertelt over zijn werkdag. Ik vind het (als ik tenminste nog een klein beetje energie heb 😉 ) fijn om die verhalen te horen en erover mee te denken soms.
Maar eerlijk is eerlijk, ik heb ook momenten dat het steekt, omdat ik voor mijn gevoel niks bijgedragen heb, niet nuttig ben geweest.  En ik weet dat ik dat niet zo moet zien, maar er zijn dagen dat ik dat wel zo voel, zeker als ik al heel moe ben en het niet meer zo helder zie. Dan knaagt dat even weer flink.

Dubbele gevoelens dus nogal. Maar steeds meer realiseer ik me dat dat niet erg is. Prikt even, maar is niet raar. Het is eenmaal zo. En sinds ik dat ook zo zie, en soms ook van lotgenoten hoor en lees, wordt het wel gemakkelijker. Merk ik het op en denk nu oja, nou ja, laat maar even, trekt wel weer bij.


Wat daarbij helpt is dat ik natuurlijk ook wel mijn eigen dingen heb, en dat ook gewoon leuk is. Hierbij helpt het schrijven vooral. Schrijven voor mezelf, het geeft lucht, maar ook voor anderen. Als ik een bijdrage kan doen aan het blad of een nieuwsbrief van bijvoorbeeld Vereniging Spierziekten, en zij ook hun waardering daarvoor laten merken. Waar ik bovendien alle ruimte krijg om dat te doen als ik me goed voel, en zo niet, dan komt het. En dat is fijn. Af en toe even overleggen via app of mail, en dan weer verder kunnen. Heerlijk gevoel.

Het blijft lastig, en dat zal niet weggaan denk ik. Maar er komt nog steeds meer rust en dat is lekker. Net als lekker in de zon kunnen zitten buiten en bedenken dat dat maar zo kan. Wat dat al niet in gang kan zetten in je hoofd he? 😉

Een gedachte over “Gedachtenspinsels in de achtertuin

Voeg uw reactie toe

  1. Ik herken het onmiddelijk, sinds 2013 thuis en regelmatig mis ik mijn werk als docent enorm. Vooral als de grote vakantie over is en iedereen weer met frisse moed het nieuwe schooljaar ingaat.
    Maar ja…de realiteit is dat ik het helaas niet ga volhouden, dus geniet ik van andere dingen, waarvoor ik geen oog zou hebben als ik werkte😃😉

    Like

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑